Menu Gedichten CategorieŽn

Profielwerkstuk Geschiedenis

JoegoslaviŽ, van vroeger tot nu


Inleiding

Een onderwerp voor het profielwerkstuk leek in eerste instantie ver te zoeken. Maar na een paar (toen nog) studiebanduren op school die we besteedden aan het onderwerp bedenken voor ons profielwerkstuk in havo 4, kwam Sandra met een leuk idee.

Wij hebben gekozen voor het onderwerp ďHet uiteenvallen van JoegoslaviŽĒ, met als hoofdvraag: Hoe ontstond de onderlinge haat en nijd tussen de landen binnen JoegoslaviŽ?
Als deelvragen hebben we:
1. Hoe ontstond JoegoslaviŽ?
2. Welke ontwikkelingen vonden plaats tijdens het eerste JoegoslaviŽ?
3. Hoe ging het eraan toe in JoegoslaviŽ vanaf 1945 tot de jaren 90?
4. Hoe gaat het er tot op heden aan toe in (voormalig) JoegoslaviŽ?
5. Kort overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in JoegoslaviŽ

Sandra kwam met dit idee omdat zij zelf een Kroatische is en zich interesseerde in een onderwerp dat daarmee te maken had. Rochelle raakte door Sandraís verhalen ook geboeid. We hebben sowieso al veel interesse in het vak geschiedenis en daarom hadden we besloten om dit vak te betrekken bij ons onderwerp. Wij hebben beiden geschiedenis in ons profiel. Sandra heeft namelijk het profiel economie en maatschappij en Rochelle heeft het profiel cultuur en maatschappij.

Ons plan was om in de zomervakantie van 2006 al informatie te gaan zoeken over ons onderwerp. Sandra ging in de zomervakantie naar KroatiŽ dus was dit een goede gelegenheid om vragen te stellen aan haar familie. Omdat zij veel mee hebben gemaakt, wisten ze Sandra dus het ťťn en ander te vertellen. Rochelle ging in de vakantie niet op vakantie maar heel veel werken. Toch heeft zij ook nog veel achtergrondinformatie gezocht en bestudeerd.

Omdat wij zochten naar een ďbreedĒ onderwerp (en die ook hebben gevonden), verwachtten wij dus dat er veel informatie over ons onderwerp te vinden was zodat we de hoofdvraag en deelvragen goed zouden kunnen beantwoorden

Hoofdstuk 1
Hoe ontstond JoegoslaviŽ?

Lang geleden, in de 14e eeuw werd het Ottomaanse rijk opgericht, dit wordt ook wel het Turkse rijk genoemd (Hiernaast is het logo afgebeeld). Dit rijk was erg machtig en veroverde veel gebieden, zowel binnen Europa als Noord Afrika en AziŽ. Rond de helft van de 14e eeuw werden onder leiding van Murad I, de toen bestaande ServiŽ, Bulgarije en MacedoniŽ veroverd door het Ottomaanse rijk, later ook BosniŽ-Herzegovina en RoemeniŽ. Hiermee bracht het Ottomaanse rijk de Islam in gebieden van die veroverde landen. Het Ottomaanse rijk werd steeds machtiger, het veroverde vele landen in Europa, waardoor het ging overheersen. Er was wel jarenlang een hevige strijd omdat de balkan landen zich moeilijk overgaven, ook tijdens de bezetting van de turken werden nog opstanden georganiseerd en werd nog verzet getoond. Maar in de 19e eeuw werd het rijk steeds minder machtig en verloren veel van de veroverde gebieden. Dit kwam doordat europese landen als Frankrijk, Rusland, Engeland en Oostenrijk machtiger werden, en zo werd het Ottomaanse rijk financieel steeds afhankelijker van Europa.
In 1815 was er een grote opstand van ServiŽ waardoor Noord-ServiŽ vrij werd. In 1878 wat het Turkse rijk gedwongen veel landen op te geven nadat er een financiŽle crisis ontstond en het Turkse rijk steeds dieper in de schulden kwam te zitten, maar ook de opstanden hadden er invloed op. Onder de landen die moesten worden opgegeven zaten ook de landen die later JoegoslaviŽ zouden vormen. Maar pas een aantal jaar voor de eerste wereldoorlog waren alle bezette landen helemaal vrij. Tijdens de eerste wereldoorlog verloor het Turkse rijk ook alle andere bezette landen, behalve Turkije, en werd het rijk gevormd tot Turkije.
In de eerste wereldoorlog (1914-1918) ging het om Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en ItaliŽ, tegen de rest van de wereld. De landen wilden sterk, en vooral machtig zijn. SloveniŽ, BosniŽ-Herzegovina en KroatiŽ werden bezet door Oostenrijk-Hongarije. Het land probeerde ook ServiŽ te bezetten, maar dit lukte drie keer niet, ServiŽ verzette zich hevig en veel van de Oostenrijk-Hongaarse legers gingen eraan op.
Toen op 7 oktober 1915 ServiŽ vanuit het noorden werd aangevallen door Oostenrijk-Hongarije, en vier dagen later vanuit het Oosten door Bulgarije, konden ze niet genoeg tegenstand meer bieden waardoor ook ServiŽ werd bezet door de Duitsers.
Na de eerste wereldoorlog trok Oostenrijk-Hongarije zich terug uit ServiŽ, en het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen werd uitgeroepen, onder leiding van koning Peter I, wat later JoegoslaviŽ zou worden. Dit werd besloten omdat de landen een sterke en machtige staat wilden hebben. JoegoslaviŽ was na de oorlog wel verzwakt. Veel energie was tijdens de vele strijden verbruikt. Het begin van JoegoslaviŽ is werkelijk 1921 ontstaan, want daarvoor was Peter I koning, maar hij was al oud, en regeerde niet veel meer. Volgens sommigen was dus niet Peter I, maar Alexander I de eerste ťchte koning van JoegoslaviŽ (Hiernaast afgebeeld).


Hoofdstuk 2
Welke ontwikkelingen vonden plaats tijdens het eerste JoegoslaviŽ?

1 december 1918. Dat was de dag dat JoegoslaviŽ officieel ontstond onder leiding van koning Peter I en later zijn zoon Alexander Karaūorūeviś. Het was toen alleen nog geen JoegoslaviŽ, het heette namelijk het Koninkrijk der ServiŽrs, Kroaten en Slovenen. Pas in 1929 werd de oude naam vervangen door Koninkrijk JoegoslaviŽ, waarvan hiernaast het wapen staat afgebeeld. Op het wapen staat in het midden een deel van de Servische, Sloveense en Kroatische vlag als teken van eenheid.
Tijdens de tweede wereldoorlog en in de jaren í90 zou JoegoslaviŽ vernieuwd worden in een tweede en derde JoegoslaviŽ, daarom word de tijd van 1918 tot 1941 het eerste JoegoslaviŽ genoemd.
Meteen bij het ontstaan van het Koninkrijk der ServiŽrs, Kroaten en Slovenen ontstonden er problemen en conflicten. ServiŽrs gaven de voorkeur aan een eenheidsstaat (een staat met ťťn deelstaat aan de macht), terwijl KroatiŽ meer zag in een federatie (een staat waarin alle deelstaten gelijke macht bezaten). Door deze onenigheid tussen de bevolking van het koninkrijk stonden de mensen van de verschillende deelstaten verder van elkaar af omdat ze het niet met elkaar eens konden worden. Uiteindelijk dreef ServiŽ zijn zin door en werd ServiŽ daarmee ook de machtigste staat. Toen op 20 juni 1928 twee Kroatische politieke leiders in Belgrado werd neergeschoten door een radicale Servische organisatie probeerde KroatiŽ zich los te maken van het koninkrijk, zonder succes.
Een jaar later werd de zes-januari-dictatuur ingevoerd, dit hield in dat de koning Alexander Karaūorūeviś op de datum 6 januari een persoonlijke dictatuur invoerde en het parlement ontsloeg, waardoor hij macht kreeg over het gehele koninkrijk, hiermee waren velen het niet eens (vooral Kroaten en Slovenen). Kort daarop veranderde de landsnaam in JoegoslaviŽ (Zuid-SlaviŽ). Zowel voor die tijd als erna bleef de situatie in JoegoslaviŽ chaotisch, de mensen van de verschillende deelstaten vertrouwden elkaar niet en hadden veel conflicten en er heerste veel onrust. Niet alleen in het land heerste onrust, maar ook erbuiten waren ItaliŽ, Duitsland en Rusland vel tegen het regeerschap van Alexander. Dat bleek toen in het jaar 1934 hij bij een staatbezoek aan Frankrijk werd vermoord door ĎUstaöeí, mensen die alleen hun land en landgenoten respecteren, in dit geval Kroaten. (Op de afbeelding hiernaast staan ĎUstaöeí in een concentratiecamp Jasenovac afgebeeld). Ustaöe waren de vechters voor KroatiŽ, ze accepteerden alleen hun soort, hun land, hun volk. Hitler, in die tijd aan de leiding, had dezelfde idealen en konden het daardoor goed met elkaar vinden. Aan de andere kant van de Ustaöe, stonden de »etnici. »etnici waren net als de Kroatische Ustaöe vechters voor eigen land. Deze hadden alleen niet dezelfde idealen als Hitler. De strijd tussen de twee groepen werd groter en groter, er kwamen concentratiekampen, slagvelden, een groot oorlogsgebied. Tienduizenden mensen verloren hun levens in de strijd.
Toen kwam Josip Broz Tito, de man die alles veranderde. Hij werd leider van de partizanenbeweging in JoegoslaviŽ. De partizanenbeweging werd in een korte tijd de grootste verzetsorganisatie van het land. Het drong de Ustaöe en de »etnici steeds verder terug, ook dit ging niet zonder slag of stoot. De partizanenbeweging kwam midden in een oorlog te zitten, en de beweging vocht mee. Duitsers noemden de aanpak van de partizanen zeer gewelddadig. Omdat de partizanen tegen de Ustaöe waren, waren ze ook tegen de Naziís. Tito was de grote leider, daarom wilden de Duitsers maar al te graag van hem af. Josip Broz Tito is dan ook verscheidene malen aan de dood ontsnapt.
Het aparte aan de oorlog die Tito voerde, was de manier waarop. De partizanen hadden aan het begin van de oorlog weinig gevechtswapens, weinig macht, alleen manskracht. Toch hebben de partizanen de tegenstanders kunnen verslaan. Dit kwam doordat zij het landschap in hun voordeel gebruikten. De vele gebergten en bossen in KroatiŽ en de omgeving werden gebruikt door de partizanen om zich in te verstoppen, hierdoor konden ze de tegenstanders verrassen als ze op Kroatisch gebied kwamen. Door de tegenstanders onverwachts aan te vallen konden ze veel wapens en nieuwe technologische oorlogstechnieken stelen en zo uiteindelijk sterker worden dan zowel de Naziís, Ustaöe als de »etnici. De Duitsers en »etnici waren deze omgeving niet gewend en kenden de gebieden niet goed waardoor ze vaak verrast werden door de partizanen. De Ustaöe waren daarin tegen wel bekend met de Kroatische gebieden, het was dan ook lastiger de Ustaöe te bestrijden, maar toen uiteindelijk Hitler zijn macht verloor, waren de Ustaöe net zo machteloos als Hitler zelf, de partizanen waren dus de overwinnaars. De goede tactieken die ze hadden zorgden voor de grote overwinning, niet alleen voor de partizanen, maar ook voor het volk.
Omdat in de loop der jaren dat de Ustaöe en »etnici machtig waren steeds meer mensen zich tegen hen keerden, was men blij toen de partizanenbeweging opkwam. Ze vochten tegen de twee bewegingen, drongen ze terug, overwonnen en kregen steun van het volk. JoegoslaviŽ werd weer een stuk veiliger.
Tito is hierdoor een 'held' geworden in de ogen van velen voormalig Joegoslaven. Zelfs nog tot op de dag van vandaag, bij het noemen van zijn naam, Josip Broz Tito, blinken de meeste ogen van voormalig joegoslaven van trots. Hiernaast is een foto te zien van Josip Broz Tito.

Hoofdstuk 3
Hoe ging het eraan toe in JoegoslaviŽ vanaf 1945 tot de jaren í90?

Het tweede JoegoslaviŽ (1943-1992) was het meest bekend: de communistische staat onder leiding van Tito. Deze heette voor 1945 de Federale Democratische Republiek van JoegoslaviŽ, van 1945 tot 1963 heette deze staat de Federale Volksrepubliek van JoegoslaviŽ en van 1963 tot 1992 de Socialistische Federale Republiek van JoegoslaviŽ. (Hiernaast is het wapen van het tweede JoegoslaviŽ te zien).
In 1945 werd JoegoslaviŽ bevrijd door communistische partizanen. Tito kwam de Tweede Wereldoorlog uit als een zelfbewuste communistische leider. Hij had een groot aandeel gehad in de bestrijding van de Duitsers en in de bevrijding van zijn land (JoegoslaviŽ). Hij wilde nu een belangrijke rol spelen in de buitenlandse politiek. Hij vond het vanzelfsprekend dat zijn land de gebieden met een Zuid-Slavische bevolking zou krijgen waar het in 1918 naast gegrepen had. Het schiereiland IstriŽ met inbegrip van TriŽst stond daarbij hoog op zijn verlanglijst. Tito slaagde erin het grootste deel van IstriŽ voor zich te winnen. Maar de Westerse geallieerden waren niet geneigd om ook het overwegend Italiaanse TriŽst aan JoegoslaviŽ af te staan. Tijdens de onderhandelingen ontstond al enige onenigheid tussen de Joegoslaven en de Russen, omdat de Joegoslaven vonden dat ze te weinig steun van hun bondgenoten kregen.
Tijdens de oorlog had Tito al geholpen met de oprichting van een Albanese communistische partij. Nu maakte hij, tegen de zin van de meeste Albanezen, een einde aan het Groot-Albanese rijk door Kosovo weer bij JoegoslaviŽ te voegen. In 1948 maakte de Albanese leider Enver Hoxha van de breuk tussen Tito en Stalin gebruik om een einde te maken aan die Joegoslavische dominantie.
Tito had beloofd om na de bevrijding van JoegoslaviŽ te vormen tot een federatie met gelijke rechten voor alle volkeren. Op 2 december 1945 was het werkelijkheid geworden: JoegoslaviŽ werd een federale volksrepubliek, met zes republieken: ServiŽ, Montenegro, KroatiŽ, SloveniŽ, BosniŽ-Hercegovina en MacedoniŽ. De grootste republiek, ServiŽ, bestond uit 3 delen: het eigenlijke ServiŽ, de autonome provincie Vojvodina en het autonome gebied Kosovo. Tito had de touwtjes stevig in handen.
Voor veel mensen waren de gevolgen voor de federatie voorspelbaar. Hoe dominanter ServiŽ werd, des te minder andere naties deel wilden blijven uitmaken van JoegoslaviŽ. Eigenlijk mocht er van Servische dominantie geen sprake zijn want volgens de communistische leer waren alle volken aan elkaar gelijk. In de periode tot de jaren í60 bleven de ServiŽrs tůch een grote invloed uitoefenen. ServiŽ had in het leger, de geheime dienst en het federale ambtenarenapparaat in hoge mate voor het zeggen. Na de jaren í60 zou JoegoslaviŽ zich snel tot een echte federatie ontwikkelen. Dit betekent machtsverlies van ServiŽ als gevolg. Omdat de ServiŽrs gewend ware aan hun dominerende rol, zouden ze hier zeker moeite mee krijgen.
In 1969 kwam de decentralisatie in de communistische partij officieel tot stand. Hierdoor zouden alle republieken voortaan overal evenveel afgevaardigden bezitten. De partijafdelingen van de republieken kregen ook hun eigen statuten en congressen. De macht lag vanaf dat moment bij de partijafdelingen van de republieken en de autonome provincies. De leden van het nieuwe presidentschap zagen zichzelf niet als de bestuurders van het hele land terwijl ze dit eigenlijk wel waren. De communisten verloren hierdoor langzaam hun grip op het geheel. Tot 1990 zou JoegoslaviŽ een land blijven met een eenpartijstelsel maar de eenheid in de partij was ver te zoeken.
De strijd tussen de centralisten en de federalisten hield niet op. In JoegoslaviŽ was er geleidelijk een machtsverschuiving. Hierdoor moest worden voorkomen dat ServiŽ weer de dominante rol zou gaan spelen. Tito wilde na de Joegoslavische crisis een strengere partijdiscipline.
Toen Tito in 1980 stierf, bleef er een economisch moeilijk draaiend JoegoslaviŽ over. Arbeiders werden door de enorme buitenlandse schuld ontslagen en keerden terug naar JoegoslaviŽ waardoor het werklozenaantal nog meer steeg. In de jaren í80 leefden zestig procent van de bevolking onder de armoedegrens. De economische situatie in JoegoslaviŽ werd een chaos. JoegoslaviŽ had nog een kritiek punt: in 1981 had het bijna 22,5 miljoen inwoners waarvan er meer dan 15 verschillende volken waren. Daarbij kwam ook nog dat al die verschillende volken bijna door elkaar leefden verspreid over heel JoegoslaviŽ. Sinds de dood van Tito waren de onderlinge tegenstellingen, (politieke, godsdienstige en economische) toegenomen. JoegoslaviŽ was in bijna alle opzichten een onsamenhangende staat.
Voor veel mensen werd het duidelijk dat JoegoslaviŽ alleen bij elkaar gehouden kon worden als ServiŽ niet opnieuw de dominante positie zou innemen die het had voor de Tweede Wereldoorlog. Daarvoor waren twee dingen nodig: een versterking van de autonomie van de federale republieken en het behoud van de definitie van JoegoslaviŽ als een multinationale staat.
Toen de ServiŽr Slobodan Miloöeviś (hiernaast afgebeeld) aan de macht kwam, wilde hij ervoor zorgen dat de politiek in de huiskamer en op straat zou worden gebracht. Hij gebruikte daarbij ook de massaís om via goed geleide betogingen zijn politieke doeleinden te bereiken. Hij gebruikte de gekwetste Servische gevoelens om de macht te krijgen. Dit had succes want in december 1987 stootte hij Stamboliś van de troon. Miloöeviś was in de eerste plaats uit op versterking van de positie van de Servische republiek. Ook kon hij al gauw goed opschieten met de Servisch-orthodoxe kerk, daarbij sloeg hij dus een dubbele slag. Zijn doelstelling was vooral het Servische nationalisme, Kosovo en Vojvodina voor zich winnen. Aan de driedeling: ServiŽ Ė Vojvodina Ė Kosovo moest een einde komen.
Toen de Servisch leider op 6 oktober 1988 een betoging van 100.000 man in Novi Sad regelde, trad de hele partijleiding van deze provincie daarna af. Vervolgens koos Miloöevic zijn eigen mensen. De federale partijleiding ging daarna akkoord met deze machtswisseling. Een tijd later (januari), organiseerde Miloöeviś een massabetoging in Titograd (hoofdstad van Montenegro) om de Montenegrijnse partijleiding voor zich te winnen. Ook Kosovo kwam uiteraard aan de beurt. De strijd om deze provincie zou van november 1988 tot maart 1989 duren. In november 1988 gaf de federale regering na lang overleg ServiŽ toestemming om de wettelijke status van Vojvodina en Kosovo te veranderen. (Hieronder is de verdeling van ServiŽ te zien).
Grote aantallen van Albanese arbeiders staakten tegen deze maatregel. Het gevolg hiervan was dat hun stakingsleiders en een aantal leidende Albanese politici werden gearresteerd. Er was een noodtoestand toen eenheden van de federale politie Kosovo binnentrokken. De politie gebruikte traangas en automatische wapens om de opstand, die ondertussen in heel Kosovo uitbrak, onder de knie te krijgen. Er vielen ongeveer 30 doden. Het parlement van Kosovo legde zich bij deze gewelddaden neer en keurde de Servische grondwettelijke veranderingen goed. ServiŽ kon toen een nieuwe grondwet aannemen, waardoor het zijn staatkundige en grondwettelijke soevereiniteit terugkreeg (maart 1989).
Sinds juli 1990 oefende ServiŽ volledige en directe controle over Kosovo uit. Het begon erg te lijken op een bezetting. Om de Albanese opstanden te voorkomen, werd het Albanees de officiŽle taal van het land. Maar in mei 1992 gingen de Albanese Kosovaren toch nog een stap verder door in geheime verkiezingen een parlement en een president te kiezen voor hun ďonafhankelijke staatĒ. De ServiŽrs verklaarden deze verkiezingen onwettig.
Waarschijnlijk was het doel van Miloöeviś heel JoegoslaviŽ voor zich te winnen net zoals hij Vojvodina en Kosovo naar zijn hand had gezet. Het einddoel moest zijn een gerecentraliseerd JoegoslaviŽ met een hernieuwde communistische partijdiscipline en met Miloseviś als de nieuwe, Servische Tito. Slobodan Miloöeviś richtte zich daarvoor eerst op KroatiŽ en BosniŽ-Herzegovina. Waarbij in beide republieken de daar wonende ServiŽrs gebruikt worden als hulpmiddel. via een coup in de partij probeerde Miloöeviś de macht over te nemen in KroatiŽ en SloveniŽ. In januari 1990 kwam het Veertiende Buitengewone Partijcongres bijeen. De Sloveense partijafdeling stelde op het congres de invoering van een meerpartijenstelsel, persvrijheid en andere mensenrechten voor. Er moesten ook pogingen worden ondernomen om tot de EG te worden toegelaten. Maar een aantal delegaties wilde zover niet gaan. Voor de Slovenen stond daarmee vast dat het onmogelijk was heel JoegoslaviŽ te hervormen tot een parlementaire rechtsstaat. Zij besloten hun eigen weg te gaan. Op 23 januari 1990 verlieten zij uit protest de zaal en de Kroaten sloten zich daarbij aan. Begin februari scheidden de Sloveense communisten zich van de Joegoslavische Bond van Communisten en noemden zich de Partij van Democratische Vernieuwing. Omdat de communistische partij van JoegoslaviŽ uiteen was gevallen betekende dit het einde van Titoís politieke erfenis. Dus Miloöeviś zijn geplande machtsovername via een coup in de partij was mislukt. In SloveniŽ en KroatiŽ veranderde het politieke leven daarna erg snel. Het werd een feit dat de twee staten onafhankelijk werden.

Hoofdstuk 4
Hoe gaat het er tot op heden aan toe in (voormalig) JoegoslaviŽ?

Vanaf de opkomst van Slobodan Miloöeviś als president van ServiŽ in 1989 kwam in JoegoslaviŽ veel onrust. Veel mensen waren het met zijn ideeŽn en strategieŽn niet eens, en verzetten zich hiertegen. In SloveniŽ bijvoorbeeld, was in datzelfde jaar een handtekeningen actie gehouden waarbij in ťťn dag 450.000 handtekeningen waren opgehaald (meer dan 1 op de 5 slovenen). Toen in 1990 vrije verkiezingen werden gehouden in SloveniŽ, KroatiŽ, BosniŽ-Herzegovina, ServiŽ en Montenegro, werd het duidelijk hoe de bevolking over de onafhankelijkheid dacht. In zowel SloveniŽ als KroatiŽ kozen de stemmers voor de onafhankelijkheids partijen, in de andere twee landen, BosniŽ-Herzegovina en ServiŽ en Montenegro stemde het merendeel van het bevolking op Slobodan Miloöeviś en Momir Bulatoviś, nog meer onrust dus.
In 1991 toen KroatiŽ en SloveniŽ zich onafhankelijk verklaarden, greep het federale leger van ServiŽ in door middel van een oorlog. De oorlog tegen SloveniŽ duurde maar tien dagen (de tiendaagse oorlog) en het federale leger van ServiŽ verloor. Ondertussen, in september van datzelfde jaar verklaarde ook MacedoniŽ zich onafhankelijk, hierbij greep ServiŽ niet in. Waarom niet? MacedoniŽ was een veel minder welvarend land dan KroatiŽ en SloveniŽ, deze twee landen waren de meest welvarende landen van JoegoslaviŽ. Een tweede reden voor het niet ingrijpen in MacedoniŽ was omdat ServiŽ nog steeds (tot begin 1992) in oorlog was met KroatiŽ, die ze uiteindelijk ook verloren. Toen uiteindelijk de ServiŽrs de oorlog tegen KroatiŽ verloren, stemden ook de Bosnische kiezers voor de onafhankelijkheid. Er is alleen ťťn probleem, volgens de Bosnische wet is die verklaring ongeldig. De Serven komen weer in opstand, deze oorlog duurde tot 1995. Toen was het ťcht over.
Op 28 april 1992 was het dan zover, JoegoslaviŽ was zo goed als uit elkaar gevallen. Het derde JoegoslaviŽ was namelijk ontstaan. Deze bestond uit de landen ServiŽ en Montenegro (het wapen is hiernaast op de afbeelding zichtbaar). Deze derde, en laatste JoegoslaviŽ heette de Federale Republiek JoegoslaviŽ. Omdat ServiŽ alle macht had over Montenegro waren er geen grote opstanden die problemen veroorzaakten. Ook al bestond de Federale Republiek JoegoslaviŽ alleen uit ServiŽ en Montenegro, toch probeerde de republiek BosniŽ-Herzegovina nog in zijn macht te houden door oorlog te voeren. Ook sloten president van ServiŽ, Slobodan Miloöeviś en president van KroatiŽ Franjo Tuūman een geheim akkoord. Hierbij zouden ze BosniŽ na de oorlog verdelen. In de strijd om de onafhankelijkheid die van 1992 tot 1995 gestreden werd in BosniŽ, is een van de ergste daden van genocide (volkerenmoord) in Europa gepleegd op 11 juli 1995. Deze daad is ook wel bekend als het drama, of de val van Srebrenica. Die dag forceerden Bosnisch-Servische troepen onder bevel van generaal Ratko Mladiś zich met tanks de stad binnen, ze vermoordden toen ongeveer 7500 moslimmannen en jongens. Uiteindelijk begon BosniŽ-Herzegovina zijn land terug te winnen en verloor ServiŽ de strijd. De strijd tegen Kosovo daarentegen, was nog lang niet gestreden. Toen in 1997 Miloöeviś werd gekozen tot president van Nieuw-JoegoslaviŽ begon hij een bloedige strijd tegen Kosovo, dat van ServiŽ was. Ook Kosovo, provincie in ServiŽ, verzette zich namelijk gewapend tegen de regeerwijze van Slobodan Miloöeviś. Dit leidde tot een strijd waarbij in ťťn jaar tijd meer dan 2000 doden vielen en raakte een kwart van de totale bevolking dakloos. Uiteindelijk toen er in 1999 een vredesverdrag werd opgesteld wilde Miloöeviś het niet ondertekenen. Kort hierop werd hij door het Internationaal JoegoslaviŽ-Tribunaal in Den Haag aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Hij werd gearresteerd en het Miloöeviś-regime viel (hiernaast op de foto: Miloöeviś in de rechtzaal). De rust in de Balkan landen keerde eindelijk terug.
Op de volgende pagina is een kaart te zien van de Balkan landen tijdens de jaren 90.

Hieronder zijn vier fotoís te zien van de ontwikkelingen in JoegoslaviŽ door de jaren heen.


Hoofdstuk 5
Kort overzicht van de geschiedenis van JoegoslaviŽ

Eerste JoegoslaviŽ:
De eerste belangrijke gebeurtenis uit de geschiedenis van JoegoslaviŽ was het ontstaan ervan. Na de eerste wereldoorlog ontstond het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen (BosniŽ was in die tijd verdeeld tussen KroatiŽ en ServiŽ) onder leiding van Peter I, en kort daarop Alexander I. Hieraan ging vooraf dat vele Balkan landen tijdens de eerste wereldoorlog (ondanks hevig verzet van ServiŽ) bezet werden door Oostenrijk-Hongarije. Onder die vele landen behoorden ServiŽ, SloveniŽ, BosniŽ-Herzegovina en KroatiŽ. In 1929 werd de landsnaam veranderd in JoegoslaviŽ. JoegoslaviŽ werd een dictatuur. Een half jaar daarvoor waren twee Kroatische leiders in Belgrado neergeschoten door een radicale Servische organisatie, dit leverde onrust op in het land.
De Ustaöe kwamen op, strijders voor het eigen volk, bondgenoot van Hitler. Ze richtten een kamp Jasenovac op, het grootste concentratiekamp buiten Duitsland. Hier gebeurden gruwelijke dingen, Joden, Serven en vele anderen soorten mensen werden uitgebuit en uitgemoord. Aan de andere kant stonden de Servische »etnici, ook strijders voor eigen land, alleen stonden zij niet aan de kant van Hitler. Totdat de Partizanen opkwamen hadden de Ustaöe en »etnici een eigen oorlog gevoerd, waarbij een waar bloedbad ontstond. De Partizanen, vrijheidstrijders, vochten tegen de Ustaöe en »etnici, tijdens de tweede wereldoorlog werden de twee organisaties steeds verder teruggedreven en uiteindelijk uitgeroeid. Josip Broz Tito was hierbij de grootste man van de Partizanen.

Tweede JoegoslaviŽ:
In 1945 werd JoegoslaviŽ opnieuw gevormd tot een Federale Volksrepubliek. Deze bestond uit zes republieken: ServiŽ, Montenegro, KroatiŽ, SloveniŽ, BosniŽ-Hercegovina en MacedoniŽ. ServiŽ was de grootste republiek en veel mensen vonden het voorspellend wat de gevolgen van die federatie waren: ServiŽ zou steeds dominanter worden waardoor de andere republieken geen deel van JoegoslaviŽ meer uit zouden willen maken. De strijd tussen ServiŽ en de andere republieken bleef tot eind jaren í60, dit was ook bekend als de Joegoslavische crisis. Tito wilde hierdoor een strengere partijdiscipline. Toen Tito in 1980 overleed, ontstond er een economische crisis in JoegoslaviŽ. Voor veel mensen was het belangrijk dat JoegoslaviŽ bij elkaar werd gehouden dit was mogelijk als ServiŽ niet weer een dominante rol zou gaan spelen. Toen de ServiŽr Slobodan Miloöeviś in beeld kwam, gebruikte hij de gekwetste Servische gevoelens om aan de macht te komen. Dit had succes want in 1987 stootte hij Petar Stamboliś van de troon. Hij wilde heel JoegoslaviŽ herenigen. Hij wilde dit bereiken door middel van goed geleide betogingen. Het idee hierachter was om de regeringen van de betreffende landen naar zijn hand te zetten en te overtuigen.
Toen de federale politie Kosovo binnentrok ontstond er een opstand door heel Kosovo. Miloöeviś sloeg hard terug, hij gebruikte geweld. De opstand werd met automatische wapens en traangas neergeslagen. Hierbij vielen een aantal doden. Na de opstand bleven mensen zich afzetten tegen de regering van Miloöeviś. Toen Miloöeviś SloveniŽ ook in zijn macht wilde krijgen, met de gedachte van een coup in de partij, mislukte dit waardoor SloveniŽ en KroatiŽ twee onafhankelijke staten werden.

Derde JoegoslaviŽ:
Vanaf de benoeming van Slobodan Miloöeviś heerste er veel onrust in JoegoslaviŽ. Tijdens de verkiezingen stemden Kroaten en Slovenen tegen Miloöeviś zijn ideeŽn, BosniŽrs en Serven stemden voor. De tegenstrijdigheid binnen JoegoslaviŽ nam hierdoor hevig toe. Zowel KroatiŽ, SloveniŽ als BosniŽ-Herzegovina gingen uiteindelijk voor de onafhankelijkheid. Er ontstond een oorlog tegen ServiŽ. De oorlog tegen SloveniŽ eindigde binnen 10 dagen, SloveniŽ werd onafhankelijk verklaard. De oorlog tegen KroatiŽ duurde ongeveer een jaar, en ook hier verloor ServiŽ de strijd. De oorlog tegen BosniŽ-Herzegovina was bloediger en duurde langer, met als grootste slag de val van Srebrenica. Uiteindelijk werd in 1995 ook BosniŽ onafhankelijk. Er bleef nog maar weinig van JoegoslaviŽ over. Slobodan Miloöeviś werd verkozen tot president van Nieuw-JoegoslaviŽ dat nog maar bestond uit ServiŽ, met als provincies Kosovo en Vojvodina. In 1999 leek het einde van Miloöeviś nabij toen hij door het Internationaal JoegoslaviŽ-Tribunaal werd aangeklaagd wegens oorlogmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Twee jaar later werd hij veroordeeld en gearresteerd. Tot 11 maart 2006 zat Miloöeviś gevangen in Scheveningen, in het JoegoslaviŽ-Tribunaal. Die dag is hij gestorven, en die dag is het merendeel van de voormalig-Joegoslavische bevolking bijgebleven als de dag dat al zijn misdaden zijn bestraft door de dood. Alle Joegoslavische landen waren onafhankelijk geworden, ieder land had veel moeten overwinnen van het begin van JoegoslaviŽ tot het einde, maar nu was het einde ťcht daar, JoegoslaviŽ bestond niet meer, het was nu: SloveniŽ, KroatiŽ, BosniŽ-Herzegovina, ServiŽ en de Voormalig Joegoslavische Republiek MacedoniŽ.

Gesprek met Valerio, 27 en 30 juli 2006

Sandra heeft in haar vakantie met haar oom gepraat over de uiteenvalling van JoegoslaviŽ. Hij had hier veel over te vertellen, hij staat namelijk in het dorp waar hij woont bekend om zijn kennis over de geschiedenis. Dit is een samenvatting van wat Valerio Sandra vertelde: ďJoegoslaviŽ is ontstaan toen ik nog lang niet geboren was, op school vroeger leerden we wel altijd over de geschiedenis ervan. Maar dat is anders dan dat je het echt meemaakt. Uit boeken leren is ook goed, maar je leert dan uit een bepaald perspectief, als je het zelf meemaakt dan weet je beter wat de bedoelingen van de mensen waren en hoe het ťcht gegaan is, want in boeken worden verhalen meestal wat mooier gemaakt dan dat ze werkelijk zijn.
IstriŽ behoorde vroeger nog tot ItaliŽ, dus IstriŽ was niet erg betrokken in alle oorlogen. Hierdoor kon ik helderder kijken op de situaties die ontstonden. Echte Kroaten waren in die tijd namelijk voor KroatiŽ, Serven voor ServiŽ, BosniŽrs voor BosniŽ-Herzegovina. Ik behoorde tot ItaliŽ, dus ik kon vanuit een totaal ander standpunt bekijken wat er gebeurde. Er was altijd al opschudding geweest, en op straat waren er vroeger altijd al mensen die zeiden: ďAch die ServenÖĒ. Er was tussen de burgers van de verschillende landen eigenlijk altijd al een soort van haat. Kroaten en Slovenen mochten de BosniŽrs en Serven niet, en andersom was het ook zo. Soms in nachtclubs ontstonden daardoor rellen, als er groeperingen met elkaar in aanraking kwamen. Dit alles werd erger gemaakt toen de Ustaöe en »etnici aan de macht kwamen en tegen elkaar begonnen te strijden. Toen de bevolking van ServiŽ en KroatiŽ doorkreeg hoeveel doden er vielen, en hoe medogenloos de organisaties waren, keerden velen zich tegen de organisaties, al waren ze van hun eigen land.
De rust leek terug te keren toen Josip Broz Tito aan de macht kwam met de Partizanen. Iedereen was dol op hem, hij was eerlijk, rechtvaardig, en zorgde ervoor dat JoegoslaviŽ weer veiliger werd. Iedereen zag hem als een grote en belangrijke leider die JoegoslaviŽ uit het dal zou kunnen halen waarin het terecht was gekomen. Dat leek ook te gebeuren totdat hij overleed. Miloöeviś kwam aan de macht en hij begon oorlog te voeren, wilde land afpakken en wilde perse dat JoegoslaviŽ onder zijn leiding zou blijven bestaan. Er ontstond een waar bloedbad in JoegoslaviŽ, en Miloöeviś wist niet van ophouden. Eerst tegen SloveniŽ, toen KroatiŽ, daarna BosniŽ-Herzegovina en daarna ook nog eens Kosovo. Hij wilde niks kwijt, en uiteindelijk is hij toch alles verloren, hij had het kunnen zien aankomen.
Naar mijn mening zijn er vele factoren die ervoor gezorgd hebben dat de haat en nijd tussen zowel de bevolking als in de politiek zo groot werd, dat het als het ware als een bom uit elkaar plofte.
Als je al 1000 jaar een land bent, en een taal hebt, en je eigen bevolking hebt. Dan wil je dat liever zo behouden dan dat het wordt samengevoegd tot een groter geheel. Mensen wilden hun Kroatische/Servische/Slovenische/Bosnische/Macedonische nationaliteit houden, en geen andere aannemen.
Toen de Turken in BosniŽ waren, hebben ze daar in een groot gedeelte van het land de Islam overgebracht, ook in ServiŽ waren behoorlijk wat moslims. In de andere landen waren vooral veel Rooms-Katholieken. Deze tegenstrijdigheid in geloof zorgde ervoor dat mensen uit verschillende landen niet goed samen konden leven.
ServiŽ wilde een stuk land van BosniŽ hebben, dan weer een stuk land van KroatiŽ, dan wilde KroatiŽ een stuk land van BosniŽ hebben, daarna werden er weer geheime afspraken gemaakt om BosniŽ te verdelen. Toen wou Kosovo een onafhankelijk land zijn. Er was zoveel onrust over de verdeling van de landen. Stel iemand woonde in BosniŽ, eerst hoorde diegene tot BosniŽ-Herzegovina, daarna behoorde dat deel tot KroatiŽ en was het Kroatisch grondgebeid dus waren het Kroatische-Bosniers, terwijl je buurman tot ServiŽ behoorde. Geen verdeling leek meer te kloppen en de haat werd groter.
Al het geld dat binnen kwam van alle delen van JoegoslaviŽ ging naar Belgrado, in ServiŽ. Hier werd het geld dan verdeeld, maar niet op de juiste manier. ServiŽ profiteerde het meest van het geld, terwijl KroatiŽ en SloveniŽ het meeste geld binnenhaalden. Dit was oneerlijk en dat zorgde dan weer voor meer afzien tegenover ServiŽ en zijn bevolking.
Nog iets dat er veel mee te maken heeft gehad was dat er op een gegeven moment iedere paar jaar een nieuwe Ďleiderí van JoegoslaviŽ werd verkozen, iedere paar jaar kwam die leider van een ander land. Dus was het eerst een Servische leider, na een paar jaar was het een Bosnische, en weer na een paar jaar een Kroatische, en zo ging het maar door. Dit zorgde in het land voor veel onduidelijkheid, en behalve dat konden de politieke leiders nooit echt iets voortzetten, omdat het na een aantal jaren toch weer veranderd zou worden. Naar mijn mening zijn dit erg belangrijke factoren geweest waardoor haat tussen de bevolkingsgroepen kwam.Ē

Conclusie:

Hoe ontstond de onderlinge haat en nijd tussen de landen binnen JoegoslaviŽ?

Toen we begonnen met het profielwerkstuk dachten we dat er geen factoren waren waardoor de haat en nijd onderling duidelijk uitgelegd zou worden, nu zijn het er zoveel dat we niet weten waar we moeten beginnen.
Je zou het kunnen opsplitsen in factoren:
- Geloof
- Macht
- Verdeling van het land
- Nationaliteit
- Mythes en verhalen

Geloof:
Voor het Ottomaanse rijk rond 1400 opkwam was het Christendom erg populair in de Balkan landen, bijna iedereen was Rooms-Katholiek, een paar procent van de bevolking was Protestants, maar daar werd niet erg op gelet. Het Ottomaanse rijk, de Turken, brachten in vele delen van Europa de Islam. In BosniŽ-Herzegovina en delen van ServiŽ is deze geloofsovertuiging altijd gebleven. De goede harmonie die er eerst was, dat alle landen dezelfde geloofsovertuiging hadden en alle mensen in de verschillende landen hetzelfde dachten over, God, Jezus, Maria enzovoorts, was nu ver te zoeken. Men kreeg verschillende ideeŽn over wie God was voor hun, hoe hij eruit zag, hoe hij moest heten en welke Bijbel hij moest lezen. Deze verschillen zorgden ervoor dat mensen elkaar anders aankeken. Christenen wilden in hun vriendenkring helemaal geen Moslim hebben, want daar konden ze niet mee praten over dingen als Godsdienst, de dood en het leven, andersom was het ook zo. De tegenstrijdigheid zorgde voor dat men elkaar niet meer vertrouwde, overstappen op een andere godsdienst was volgens velen een reden om het contact te verbreken.

Macht:
Dit is een meer een politieke factor. Doordat er verschillende mensen aan de macht zijn geweest, werden er steeds andere invloeden op de bevolking uitgeoefend. Toen Alexander Karaūorūeviś aan de macht was, vanaf 1918, voerde hij op 6 januari 1929 de dictatuur in JoegoslaviŽ in. Andere landen waren het hier niet mee eens en wilden zich hiertegen verzetten, zonder succes. KroatiŽ en SloveniŽ waren de meest welvarende landen, die door onderdrukking van ServiŽ en de Servische leider Alexander veel geld verloren.
Behalve Alexander I, had ook Tito erg veel macht in JoegoslaviŽ, hij alleen op een positieve manier. Hij bevrijdde JoegoslaviŽ van de Ustaöe en »etnici. Dit deed hij als leider van de Partizanen. Men keek tegen hem op, tot afkeer van andere politieke leiders. Tito was een Kroaat, vooral Serven waren niet blij met hem, hij had tenslotte de Servische »etnici verdreven.
Toen Tito overleed, kwam Slobodan Miloöeviś in beeld. Hij probeerde via goed geleide betogingen aan de macht te komen en gebruikte daarbij ook de gekwetste gevoelens van de Serven, die daardoor steeds meer afschuw vormden tegenover de andere delen van JoegoslaviŽ. Zijn doelstelling was vooral het Servische nationalisme, Kosovo en Vojvodina voor zich winnen. Uiteindelijk is zijn geweld zijn ondergang geworden.

Verdeling van land:
Er was geen verdeling van land, alles was erg onduidelijk. ServiŽ streefde naar zoveel mogelijk macht en land. Dit kwam de andere landen niet goed uit, zij moesten namelijk land inleveren wilde ServiŽ er wat bij krijgen. Andersom was het dan weer zo dat ServiŽ zijn zin niet kreeg en woede creŽerde tegenover het gebied dat zich verzette tegen gebiedsuitbreiding van ServiŽ. Op deze manier ontstond woede, als een gebied veroverd was, woonden daar bewoners van het veroverde land, zij maakten soms gruwelijke dingen mee tijdens de bezetting en vormden dan afkeer tegen de bezetters.

Nationaliteit:
Voor de 15e eeuw was het nog rustig in het toen nog niet bestaande JoegoslaviŽ. Toen waren de landen nog onafhankelijk, iedereen had een eigen nationaliteit en iedereen wist waar hij/zij vandaan kwam. Toen dit veranderde in JoegoslaviŽ was die nationaliteit in een keer verdwenen, maar de gevoelens van de bewoners voor het land van herkomst bleven. Velen wilden liever hun eigen nationaliteit en land behouden. Zo ontstond haat naar andere landen toe, omdat ze de schuld afschoven op de bevolking van de andere landen, dat ze hun nationaliteit moesten veranderen, wie eerst Slovenen, Kroaten, BosniŽrs, Serven of MacedoniŽrs waren, waren nu JoegoslaviŽrs.

Verhalen onder de bevolking:
Dit is een totaal onbekende en niet besproken onderwerp in de vorige hoofdstukken. Maar misschien wel de belangrijkste. Het is namelijk zo dat veel jongeren van de verschillende landen haat tegenover elkaar hebben gecreŽerd. Hoe kan dat? Ze hebben de oorlogen vaak niet eens bewust meegemaakt.
Zij niet, maar hun ouders hebben de oorlog zeer bewust meegemaakt, en zoín grote afkeer gevormd tegen sommige andere landen, dat ze dit aan hun kinderen meegaven. Tot op de dag van vandaag wordt zo af en toe nog gesproken (in het gebied waar Sandra vandaan komt) over de Ďslechteí Serven, andersom is het ook zo. Als iemand zich kenbaar maakt als ServiŽr keren zelfs nu mensen zich tegen diegene. Dit komt door de verhalen die vaak aangedikt verteld worden. Men verteld dan over hoe slecht bijvoorbeeld de ServiŽrs waren en hoe ze tekeer gingen, maar over de Kroatische Ustaöe wordt in KroatiŽ heel wat minder gesproken. Het is ook zo dat de ServiŽrs niet allemaal slecht waren en dat het nu anders is, maar ook hierover wordt niks gezegd, hierdoor vormt men een afkeer voor mensen die nergens ook maar een klein beetje schuld aan hebben.

Volgens ons zijn dit de belangrijkste punten waarop gelet moet worden als het gaat om hoe de haat en nijd is ontstaan in JoegoslaviŽ. Vaak totaal onnodig, wat leidde tot oorlogen, grote dodentallen en verkeerde instellingen. Maar het verleden kan helaas niet teruggedraaid worden, het enige wat wel kan, is van de fouten leren.

Bronnen

Internet
www.wikipedia.com/
www.ex-joegoslavie.tk/
http://lcweb2.loc.gov/frd/cs/yutoc.html

Op het internet was er eigenlijk maar ťťn belangrijke bron waar we ťrg veel aan hadden. Het was wikipedia.com die ons echt hielp om alles goed te begrijpen en om er een goed werkstuk van te maken. We hadden vanaf het begin al besloten de Engelse, Nederlandse en Kroatische site van Wikipedia te gebruiken, om te de informatie beter te begrijpen, om te kijken of er verschillen zaten tussen de verhalen en vooral om verschillende kanten van de verhalen over JoegoslaviŽ beter te kunnen begrijpen, zodat we niet alleen uit ťťn opzicht keken. Op de site was onwijs veel te vinden, we haalden vooral veel informatie van het onderwerp (in het nederlands): JoegoslaviŽ, eerste wereldoorlog, tweede wereldoorlog, balkan, Koninkrijk der ServiŽrs, Kroaten en Slovenen, Koninkrijk JoegoslaviŽ, Federale Republiek van JoegoslaviŽ, Josip Tito, Slobodan Miloöeviś, ServiŽ en Montenegro, BosniŽ en Herzegovina, Peter I, Koninkrijk ServiŽ, Ustaöe, »etnici en Partizanen.
De tweede pagina hierboven is een Nederlandse site waar erg veel links op staan naar andere sites toe, ook hieraan hebben we veel gehad door de vele links. Ten slotte de derde en laatste internetsite die echt tot onze favorieten behoorde, een engelse site met opnieuw erg veel informatie over Voormalig JoegoslaviŽ. Natuurlijk hebben we ook nog andere internetsites gebruikt, maar omdat vooral Wikipedia.com veel door ons werd gebruikt, en omdat we hiernaast nog een heleboel sites hebben gebruikt, maar meestal alleen om wat achtergrond informatie te zoeken.

Boeken
Politicka Povijest Hrvatske, Josip Horvat
Dit is een driedelig boek waarin alle gebeurtenissen vanaf het Ottomaanse rijk in Voormalig JoegoslaviŽ (maar vooral in KroatiŽ) op een rijtje zijn gezet, Kroatisch.
Encyclopedie
Hierin zijn we op zoek gegaan naar informatie als we iets niet begrepen, als iets onduidelijk was of als we ergens niet uit kwamen, zo af en toe zeer handig, andere keren iets minder, maar we hebben er wel nuttige informatie uit kunnen halen.

Gesprekken
Elvino & Davorka (Ouders van Sandra, thuis gesprekken gevoerd)
Valerio (oom van Sandra)
Valerio heeft tijdens de oorlog in IstriŽ gewoond, wat niet bij de oorlog betrokken was omdat het tot ItaliŽ behoord had. Hij heeft de oorlog dus vanuit alle perspectieven bekeken. Sandra heeft met hem een aantal gesprekken gevoerd om wat meer begrip te krijgen over wat er precies gebeurde in de tijd van vooral de laatste oorlog die JoegoslaviŽ uit elkaar deed vallen, maar behalve dit kreeg Sandra nog veel meer informatie van haar oom, die erg van nut is geweest.
Behalve dat zijn er ook tientallen gesprekken gevoerd met de ouders van Sandra die ook erg veel over Voormalig JoegoslaviŽ konden vertellen. We hadden nog meer aan Elvino en Davorka dan aan alle internetsites bij elkaar, omdat ze er onwijs veel vanaf wisten. Een groot deel hebben ze natuurlijk zelf meegemaakt, maar omdat ze later als gastarbeider zijn verhuisd (voor de oorlog begon) naar Nederland hebben ze ook de oorlog die JoegoslaviŽ deed splitsen vanuit een ander opzicht kunnen bekijken, waardoor ze ons erg veel bij konden brengen.

Films
Fuse (2003, Comedy)
Film over het menselijk leed tijdens de opbouw van een stad in BosniŽ-Herzegovina, waarbij Bill Clinton op bezoek zou komen.

No Manís Land (2001, Oorlog)
Film over de militairen in BosniŽ-Herzegovina in 1993, in de tijd dat de oorlog tegen ServiŽ het grootst was.

Aan de film Fuse, wat een comedy is hadden we niet zo veel wat betreft ons Profielwerkstuk. Het was natuurlijk interessant om de film te zien, maar het was niet echt een serieuze film waar we echt goede informatie uit konden halen. De film was erg leuk om naar te kijken, maar het ging niet echt over JoegoslaviŽ zelf, het was meer het bezoek van president Clinton zelf.
In tegenstelling tot de film Fuse, is de andere film die we gekeken hebben, No Manís Land erg triest en somber. Dit was een film waar we erg veel aan hadden, we leerden de oorlog, BosniŽ en eigenlijk heel Voormalig JoegoslaviŽ beter kennen. We kregen beelden te zien in plaats van alleen maar informatie van internet, boeken en personen. Hierdoor konden we ons ook plaatsen in het volk, de militairen en in de hele oorlog in het jaar 1993. De film deed ons realiseren in wat voor situaties mensen terecht kwamen (bijvoorbeeld het einde van de film, als een man op een mijn ligt en daar uiteindelijk overlijd of aan hongersnood en droogte, of omdat hij zich beweegt). We realiseerden ons dat we dit profielwerkstuk niet alleen maar maakten om ons examen goed te kunnen ingaan, maar ook zodat degenen die hem lezen meer begrip krijgen voor wat er in JoegoslaviŽ is gebeurt. Mede door deze film hebben we ons meer en beter ingezet om er werk van te maken en om het werkstuk tot een goed einde te brengen.

Jeroen


Ingezonden door: jeroen scholte - Datum: 28-10-2010 om 19:45:57

Stemmen

Gemmideld cijfer: 0.0 Aantal stemmen: 0
Login om te kunnen stemmen!

Overig

0 reactie(s)
Stuur naar een vriend(in)