Menu Gedichten Categorieën

Geduld

Zijn ogen rusten op haar hals. De steen aan het gouden kettinkje glimt in het zonlicht. Het turquoise kleurt prachtig bij haar ogen. Hij vraagt zich af wat er zich afspeelt in haar hoofd. Waarom de twinkeling in haar ogen heeft plaatsgemaakt voor een serieuze, strakke blik.

Haar blik rust op het water, terwijl de wind met haar krullen speelt. Ze voelt dat iemand naar haar kijkt en draait haar hoofd opzij. Haar ogen vinden die van hem. Ze ziet zijn bezorgdheid en probeert geruststellend te glimlachen. Dan draait ze zich weer om naar de zee en slaat haar armen rond haar knieën. Ze doet haar ogen dicht en laat de traan, die langzaam langs haar wang naar beneden rolt, zijn weg gaan.

Hij zucht en staat op. Zijn hart en lichaam zijn het eens, ze verlangen intens naar haar, willen haar vasthouden, beschermen tegen datgene waar ze tegen vecht. Waarom vecht ze tegen hem? Zijn verstand kiest voor afstand en met een diepe zucht draait hij zich om en loopt terug naar de anderen.

Ze laat de tranen komen, wanhopig proberend niet ook nog boos op zichzelf te zijn. Dan laat ze haar hoofd hangen en de tranen bevochtigen haar armen. De zon brandt op haar rug, terwijl de pijn zich vanuit haar hart uitbreidt naar haar hele lichaam.

Kirsten legt haar hand op Milans schouder. “Geef haar even tijd,” zegt Aaron terwijl hij een kop koffie voor hem inschenkt. Ze zouden deze situatie het liefst willen oplossen, ook al weten ze dat dit niet hun strijd is. Ze kunnen en mogen zich hier niet mee bemoeien. Het moet vanuit Sophie zelf komen, maar de twijfel in Milans ogen maakt het zwaar.

Ze schrikt op als het koude water haar voeten bereikt heeft. Voorzichtig strekt ze haar stijve benen. Ze speelt gedachteloos met de schuimkoppen. Met haar handen maakt ze dan voorzichtig een kommetje, en ze laat het zoute water op haar benen los. Voorzichtig maakt ze ook haar gezicht nat en wast de zoute tranen met het zeewater weg. Dan staat ze op en loopt ze terug naar de handdoeken.

“Milan?” Hij kijkt naar haar op. “Ik wil me verontschuldigen voor… voor daarnet,” zegt Sophie zacht en met trillende stem. Milan aarzelt, hij wil haar zeggen dat ze zich niet hoeft te verontschuldigen, maar hij probeert de brok in zijn keel weg te slikken. “En ik wil het je graag proberen uit te leggen, als je dat goed vindt.” Ze pakt haar tuniek uit haar tas en trekt het aan, Milans blik vermijdend. Hij staat op en wil haar hand pakken, maar twijfelt en zegt dan: “Het is goed, maar je hoeft je niet verplicht te voelen.” Ze kijkt hem even aan en begint dan langzaam door het mulle zand te lopen. Zwijgend lopen ze een tijdje naast elkaar.

Milan ziet dat Sophie het moeilijk heeft en verbreekt de stilte door naar haar ketting te vragen. Ze lijkt te ontspannen. “Ik heb hem van mijn oma gekregen,” zegt ze. “Ze is een hele sterke vrouw en een tweede moeder voor mij. Ik heb altijd vol bewondering naar haar ketting gekeken toen ze me instopte voor het slapengaan, ik bleef daar vaak logeren in mijn jeugd. Nu heb ik nog steeds een goede band met mijn oma, en toen ik op kamers ging heb ik haar ketting gekregen zodat ze altijd een beetje bij me is.” “Wat lief,” zegt Milan: “Weet je wat het voor steen is?”
“Ja, het is een turkoois. Hij staat voor evenwicht en innerlijke rust, maar dat werkt op het moment niet echt geloof ik.” Sophie lacht zenuwachtig en Milan glimlacht en zegt: “Hij werkt ook zuiverend, en beschermd tegen negatieve energie van buitenaf.” Sophie kijkt hem verbaasd aan.
“Vraag maar niks,”zegt Milan gniffelend: “Ik heb op de basisschool van die edelstenen gespaard.” “Oh, dan weet je vast ook dat hij pijnstillend werkt, inzicht geeft, en liefde bevordert,” zegt Sophie verrast en opgewekt. Milan lacht bij het zien van de glinstering in haar ogen. Maar dan slaat ze snel weer haar ogen neer. “Ik ben een weegschaal,” zegt hij zacht: “De turkoois is een steen die bij mij past.” Voorzichtig pakt hij haar hand vast, maar dan voelt hij dat ze schrikt en laat hij haar los. Maar voordat zijn hand de hare los heeft gelaten verstevigt ze haar grip en strengelt haar vingers in de zijne.

Opluchting overheerst. Zijn gedachten malen door. ‘Ze heeft mijn toenadering niet afgewezen, ze houdt mijn hand zelfs stevig vast.’ Hij blijft naar het zand kijken, hij is bang dit te verliezen door haar aan te kijken.

Ze wordt heen en weer geslingerd door emoties. Angst, maar toch ook geborgenheid. Zijn zachte hand, die vreemd, onwennig, maar toch ook vertrouwd voelt. Die hand die lijkt te zeggen: “Ik ben er voor je, ik houd je vast.”

“Zoek je wel eens haaientanden?” verbreekt Milan de stilte. “Ja, zeker. Vroeger ging ik altijd al naar de zee op vakantie, en van mijn vader kreeg degene die de eerste hele haaientand vond een ijsje. Hij heeft het virus aan me doorgegeven.” Milan lacht en zegt: “Ik ging in de vakantie altijd samen met mijn neef bij mijn opa en oma op vakantie, ook aan de zee. En iedere ochtend gingen we er dan vroeg uit om de allereersten te zijn op het strand. En in het begin kon ik het niet zo goed, dan zette mijn opa altijd cirkels in het zand, deed jouw vader dat ook?” Sophie knikt: “Maar inmiddels heb ik er echt oog voor gekregen, en jij vast ook!” Milan lacht en knijpt eventjes in Sophies hand. “Ik had zelfs kettinkjes en oorbellen met vrijwel identieke haaientanden eraan, en ’s nachts droomde ik nog van schelpenranden vol met haaientanden.” “Nou vooruit dan,” zegt Milan met een glinstering in zijn ogen: “Wie de eerste vindt krijgt een ijsje van de ander!”

Sophie maakt geen aanstalten om van hem los te gaan lopen, ze blijft zijn hand vast houden, met haar blik nu op de schelpenrand gericht. Af en toe strijkt Milan met zijn duim over haar hand. Dan opeens, als het zonlicht precies goed valt, buigen ze allebei voorover. Lachend raapt Milan de haaientand op en vraagt triomfantelijk: “Maar wie zag hem nou het eerst?” “Zullen we elkaar dan maar een ijsje geven?” oppert Sophie: “Ik heb nu alleen geen geld bij me.” “Nou, een mooie ben jij,” lacht Milan, en hij zet koers naar het strandpaviljoen.

Er staat een lange rij voor het ijscokraam. Milan laat Sophies hand los om zijn portemonnee te pakken. Opgelaten slaat ze haar armen om zich heen. Strak kijkt ze naar de planken van het terras. Milan merkt dat Sophie zich ongemakkelijk voelt en buigt zich naar haar toe en fluistert: “We zoeken straks wel een rustiger plekje om van ons ijsje te genieten.” En iets harder vervolgt hij: “Heb je al een keuze gemaakt?” “Ja, ik wil wel een festini peerijsje, goed?” “Tuurlijk, ik twijfel nog…”

Met hun ijsjes lopen ze even later nog een strand verder, het is er veel rustiger, en Milan wijst naar een plek tegen de duinen aan. Sophie knikt en ze wandelen er samen naar toe. Milan geeft zijn ijsje aan Sophie en raakt daarbij even haar vingertoppen aan. Ze glimlachen kort naar elkaar. Hij gaat zitten en Sophie geeft de ijsjes nu aan hem. Dan gaat ze ook zitten en pakt haar ijsje. Genietend van de stilte dit keer eten ze hun ijsjes op.
Een paar meter voor ze bouwt een man met zijn zoontje een zandkasteel. Het water komt snel op, dus ze zullen op moeten schieten. De man probeert met man en macht de greppel af te krijgen en schept flink door. “Ik kan wel blijven wachten, maar ik moet het je toch ooit vertellen…” begint Sophie zacht: “Ik ben je een verklaring schuldig voor mijn rare gedrag… Ik denk… ik ben denk ik een beetje verliefd op je.” Ze zucht diep. “Nou, dan weet je dat in ieder geval,” zegt ze en ze glimlacht kort. Milan zwijgt nog steeds, hij hoort en ziet aan haar dat er meer komt. Sophie zucht: “Eerst dit maar even uitleggen. Ik ben Aaron ongelofelijk dankbaar dat hij niet samen met Kirsten op kamers is gegaan, maar bij jou terecht kwam, en dat ik jou daar ontmoette op zijn verjaardagsfeestje.” “Ja, je maakte toen al indruk op me met je gebroken been.” Sophie bloost. “Het klinkt misschien suf, maar vanaf die allereerste ontmoeting spook je in mijn hoofd…” “Dat klink helemaal niet suf, niet als je het zelf voelt.” Milans ogen lijken door haar ziel naar binnen te dringen en tranen vullen haar ogen. “Ik vind je leuk Sophie,” zegt hij zacht. “Ik jou ook, meer dan dat,” zegt Sophie en ze aarzelt: “Maar ik kan het niet.” Ze draait haar hoofd weg en vecht tegen de tranen, waarvan ze dacht dat ze op waren. Milan zegt: “Net zoals daarnet, net voor je…” “Ja, net voordat ik wegliep van je,” zucht ze en ze laat haar hoofd hangen.

Milan voelt zich machteloos, hij wil toenadering zoeken, maar voelt naadloos aan dat dat haar weer af zou schrikken. “Nu doe ik het weer,” mompelt Sophie. “Wat doe je weer?” vraagt hij. Ze zucht: “Ik geef je het signaal dat ik je wil, en dan als het zo ver is, duw ik je van me af.” Voorzichtig legt Milan zijn hand op de hare, ze schrikt niet en trekt hem niet weg. En een diepe zucht ontsnapt haar mond. “Ik weet niet hoe ik met mijn gevoelens om moet gaan Milan, ik weet het niet. En het laatste wat ik wil is je kwetsen.” “Dat doe je niet, geloof me maar.” Door haar betraande ogen heen kijkt ze hem aan en ze leest pure liefde in zijn ogen. Ze zucht en zegt dan: “Ik ga je nu iets vertellen waardoor waarschijnlijk heel veel dingen op zijn plaats vallen. Ik hoop dat je niet te erg schrikt, en ik hoop dat je mij, dat je ons hierna nog een kans geeft.” Milan knikt en wrijft zijn duim over haar hand en laat haar dan los om haar ruimte te geven. Ze trekt haar knieën op, zoals eerder op het strand, slaat haar armen erom heen en kijkt strak voor zich uit. “Ik ben misbruikt toen ik elf was.”

Geen van haar woorden hadden hem voor kunnen bereiden op wat dit bij hem teweeg brengt. “Ik weet niet wat ik moet zeggen,” stamelt hij na een tijdje. “Het spijt me,” zegt Sophie, heen en weer wiegend en met vuurrode wangen. “Sophie, er hoeft jou toch niets te spijten… Jij bent daar niet schuldig aan!” “Dat weet ik,” zegt ze met een klein stemmetje: “En toch wil dat gevoel maar niet overgaan.” Voorzichtig kijkt ze hem vanuit haar ooghoeken aan. Hij kijkt nors, kwaad zelfs. “Ben je boos?” vraagt ze hem. “Ja, maar niet op jou natuurlijk, wie doet zo iets bij een onschuldig kind? Wie doet zoiets… bij jou?” “Een vroegere vriend van mijn ouders,” zegt ze koel: “Toen het uitkwam is hij nooit meer bij ons thuis geweest.” “Gelukkig maar… Wie weten het nog meer?” “Alleen Kirsten en Aaron, en dan alleen de… ehh… hoofdlijnen zeg maar.” “Vind je het vervelend dat ik vragen stel?” vraagt Milan. “Nee, helemaal niet, ik begrijp het wel.” “Ik wil je ook niet ineens met een vragenvuur bestoken… Maar hoe lang… is het doorgegaan?” Ik denk tot ik een jaar of dertien was… mijn moeder ontdekte het. Ik moet er niet aan denken wat er was gebeurd als ze het niet had gezien. Maar nog steeds ben ik bang dat ze het me kwalijk neemt, er wordt thuis verder niet meer over gesproken.” Milan slikt. “En gebeurde het…” “Vaak? Hij kwam regelmatig bij ons thuis, om te klussen of oppassen als mijn ouders weg gingen. Soms meerdere keren per week, soms een paar weken niet.” Milan vloekt: “Iedere keer is er een teveel. Wat een schoft! Hoe kon hij! Hij heeft je onbezorgdheid, je jeugd afgenomen!”

Als Milan merkt dat Sophie ineen krimpt bij zijn woorden verontschuldigt hij zich en staart voor zich uit. Na een tijdje begint Sophie weer te praten. “Altijd als het gedaan was ging ik douchen, om de vuiligheid van me af te spoelen. En nog steeds voel ik me schuldig, dat ik het zelf uitgelokt heb, ook al weet ik heel goed dat dat niet waar is. Ik haat dat dit mijn leven bepaalt. En ik haat het nog meer dat het tussen ons in staat.” “Ik ben blij dat je het me verteld hebt, hoe moeilijk dat ook geweest moet zijn. Je zorgt juist dat het niet tussen ons in komt te staan, ik bewonder je moed,” zegt Milan. Sophie bloost en reikt naar zijn hand. Hij pakt haar hand en glimlacht. “Zie je, met kleine stapjes komen wij er wel, dat weet ik zeker.” Zwijgend kijken ze hoe de zee de gracht in stroomt, en niet veel later het kasteel opslokt. “Wil je er nog verder over praten?” vraagt Milan. “Nee, laat het maar even zo,” antwoordt Sophie: “We hebben allebei heel wat om over na te denken.” “En we hebben alle tijd,” zegt Milan en hij knijpt voorzichtig in haar hand.

Kirsten en Aaron zien ze aankomen, dichtbij elkaar, de handen verstrengeld. Ze knipogen naar elkaar en slaken opgelucht een zucht. Aaron rommelt wat in de tas en pakt een zak chips. “Hé Milan,” roept hij, als ze dichterbij komen: “Biertje?” “Nou, doe maar een cola light, graag.” “Ook goed, jij ook Sophie?” “Ja, lekker.” Sophie gaat bij Kirsten op de badhanddoek zitten terwijl Milan in de zak chips in Aarons hand graait. “Viel het mee?” fluistert Kirsten. Maar Sophies glimlach zegt haar al genoeg. “Zullen we vanavond uit eten gaan?” stelt Aaron enthousiast voor. “Jahoor,” zegt Kirsten: “Mijn broertje zal eens niet aan eten denken!” “Eten is anders een eerste levensbehoefte hoor,” kaatst Aaron terug. “Wat zeggen ze ook al weer over tweelingen en ruzie maken?” merkt Milan quasi nonchalant op, en hij knipoogt naar Sophie. Maar dan richt de tweeling zich als een blok tegen hem: “Nou, jouw eerste levensbehoefte is duidelijk niet voeding!” Milan kijkt schuldbewust en geeft het op: “Vooruit, waar wil je gaan eten Aaron?” “Die Griek aan de boulevard leek me wel leuk! Zijn jullie het er ook mee eens dames?” “Hoe kunnen we jou nou iets weigeren,” zegt Kirsten plagerig, terwijl ze de zak chips van zijn schoot steelt en aan Sophie aanbiedt.

Sophie is zoals gewoonlijk de BOB als ze om 22:00 uur terug naar huis gaan. Op de achterbank van Milans Golf, een leaseauto van het bedrijf waar hij sinds zijn stage op het HBO drie dagen per week werkt, leunt Kirsten uitgeput tegen Milan aan. Zijn blik is op het landschap, wat snel voorbij flitst, gericht. Aaron probeert Sophie af te leiden met zijn imitatie van de Griekse ober, maar geeft het snel op. Niet veel later zakt ook hij onderuit. Af en toe kijkt Sophie in haar spiegel naar Milans gezicht. Hij ziet er moe uit, maar is klaarwakker.

Gedachten malen door zijn hoofd, chaotisch, ongrijpbaar. Flashbacks, gevoelens, misselijkheid. Hij sluit zijn ogen en probeert te ontspannen. Maar hij ziet haar, schrikachtig, zich schamend, zichzelf verbergend.

‘Hij denkt aan mij, het verscheurt hem van binnen. Wil hij me nog nu hij de waarheid beseft? Zou hij me nu ooit kunnen zien zonder deze littekens?”

Hij opent zijn ogen en vindt de hare in de spiegel. En dan ziet hij het, sprankjes hoop in de kleur van haar ogen, vertrouwen. Met geduld, liefde, tederheid… Met alles wat hij heeft zal hij haar koesteren en haar helpen het vertrouwen in zichzelf terug te vinden.

Om 23:45 uur parkeert Sophie de auto voor de deur van Kirstens huis. Milan heeft haar voorzichtig wakker gemaakt toen ze de straat in reden. Sophie pakt Kirstens tas en de koelbox en loopt naar de deur. “Slaap lekker meis,” zegt Kirsten. Dan gaat ze naar binnen en zwaait nog even naar de jongens in de auto. Sophie stapt weer in en rijdt naar het appartement van Aaron en Milan. Ze parkeert de auto op de oprit en stapt dan uit om haar spullen te pakken en naar huis te fietsen. Een beetje ongemakkelijk staan ze met z’n drieën voor de achterdeur. “Nou, het was gezellig!” zegt Aaron en hij gaat alvast naar binnen. “Weet je zeker dat je niet met mijn auto naar huis wilt rijden?” vraagt Milan. “Nee joh, het is maar tien minuutjes fietsen. Dat red ik wel.” Sophie pakt haar fiets en zet haar dynamo tegen haar band. Een rilling loopt over haar rug. “Ben je bang in het donker?” vraagt Milan zacht. Sophie knikt en zegt: “Maar dat ben ik ook als ik met de auto rijd, als ik alleen ben…” “Ik wil wel met je meefietsen,” zegt hij. “Nee Milan, dat is heel lief van je, maar als ik alle dingen waar ik bang voor ben niet doe, maak ik mijn angst nog groter dan hij is. Ik red het wel. Ik zal je sms’en als ik thuis ben.” “Oké dan, ik vond het erg gezellig vandaag Sophie. Droom fijn.” “Ja, jij ook,” zegt ze zacht en dan fietst ze de oprit af.

Milan zet de parasol in de schuur en gaat naar binnen, Aaron zit aan de keukentafel, en grijnst naar hem. “Jij hebt het zwaar te pakken jongen!” Milan lacht en gaat naast hem zitten. “Het is een ongelofelijk mooi meisje.” Aaron grinnikt, maar zegt dan serieus: “Ik weet zeker dat ze bij jou in goede handen is.” “Ik wil echt voor haar gaan Aaron.” Dan trilt Milans gsm:
-Milan, ik ben thuis. Slaap lekker. Liefs, Sophie-
Hij zucht opgelucht en stuurt haar een berichtje terug:
-Lieve Sophie, ik ben gek op je. Sweet dreams, Milan-
Aaron zet een glas water voor Milan neer en zegt: “Soms weet je niet wat je het beste kunt doen of zeggen, en je zult misschien bang zijn om fouten te maken. Maar het komt vanuit je hart, en dat weet ze.” Milan knikt en Aaron gaat verder: “In het begin was ik bang haar te kwetsen, en overwoog ik haast iedere zin die ik wilde zeggen, om haar maar geen pijn te hoeven doen. Maar ze is sterk, en aan voorzichtigheid heeft ze niks, eerlijkheid, dat wel. Zeg het haar gewoon als je ergens aan twijfelt.” Milan zucht en zegt: “Het moet moeilijk voor haar zijn om mij zo dichtbij te laten komen, ze moet de ruimte krijgen om er aan te wennen.” Dan trilt zijn gsm weer:
-Ik ben ook verliefd op jou-


Ingezonden door: jeroen scholte - Datum: 29-09-2010 om 20:50:42

Stemmen

Gemmideld cijfer: 0.0 Aantal stemmen: 0
Login om te kunnen stemmen!

Overig

0 reactie(s)
Stuur naar een vriend(in)