Menu Gedichten CategorieŽn

Hoogconjunctuur

Geschreven op de melodie: blowing in the wind van Bob Dylon.

We jagen elkaar elke dag steeds meer op.
De bloeddruk die stijgt naar de hoogste Piek.
En ondanks de welvaart, door economie,
wordt heel de maatschappij misselijk en ziek.
Aan weelden door geld hebben wij nooit genoeg.
Er komen elke dag meer rijken bij.
Maar ook bij het Riagg is grote paniek,
want daar staan de patiŽnten in de rij.
Door drukte goed gesloopt. Zelf psychies in de knoop,
het Riagg nu ook bij het Riagg loopt.

De tijd van de eenvoud is uitgerangeerd.
Eens was je blij met boter op je brood.
Maar nu willen wij er een lijnvliegtuig bij.
Het liefst met Stewardess en een Piloot.
Ze kijken verwondert, je wereldvreemd aan-
wanneer je niet wat gauw aandelen koopt.
En bent niet normaal als je niet malend bent.
Niet bij een dure Psychiater loopt.
Als kleine man bevrijdt, onder die status lijdt,
en nagelbijtend in een File rijdt.

Zij werkt overdag, dat doet hij in de nacht.
En samen dus het bed ook niet meer deelt.
Een vluchtige kus op de stoep beiden wacht,
en 1, twee lieve woordjes samen kweelt.
Zij gaan in een sneltreinvaart langs elkaar heen.
De man zijn vrouw, de vrouw haar man, niet kent.
Als zij in de ochtend het huisje verlaat,
hij langs haar heen het huisje weer inrent.
Al zijn ze dan getrouwd, apart hun nestje bouwt.
Zo worden, zij dan samen, eenzaam oud.

Maar dat het Gezin steeds de hoeksteen nog is.
Het houdt de "samenleving" bij elkaar.
Maar dat stond hun status als Yup in de weg.
Zij waren met het Yuppen nog niet klaar.
Zij was overtijd, toen haar tijd over was.
Bezint U toch alvorens U begint.
Maar nooit van dit simpele spreekwoord gehoord,
kreeg Yuppie op haar tachtigste een Kind.
Na Yup-jolijt en jool, likkend aan Yuppieroom,
beviel ze van een kind met Down-syndroom.

Een Dikke mercedes door straten heen reest,
met keurig in het Pak, stijve chauffeur.
Meneer achterin, met een hoog rode kop,
tevreden knorrend beursberichting leest.
Het scheurt, tijd is geld, langs een Parkje heen.
Daar zit een Mens, als afgedankt ziek Vee.
En slapen daar Zwervers in krantenpapier.
Maar die verliezers doen echt niet meer mee.
De Beurs hem weelde bracht, de Zwervers slechts nog wat,
In krantpapier-gewikkeld koude nacht.

Het is ik en ik, en daarna nog eens ik.
In jaren van het Grote Ego leeft.
En God voor ons allen, en ieder voor zich,
geen stuiver om de ander nog iets geeft.
Want eens in een tijd,` t is nog niet zo lang gelee,
lag iemand wekenlang dood in z`n huis,
waar niemand zich voor had geinteresseerd.
Het leefde daar als een vergeten Luis.
Gestorven in zijn Flat, men daar pas erg in had,
toen Maden kropen door het sleutelgat.

Henk.

Nog een prettige voortzetting van deze mooie Zondag.


Ingezonden door: Henk - Datum: 16-09-2007 om 13:01:17

Stemmen

Gemmideld cijfer: 8.0 Aantal stemmen: 1
Login om te kunnen stemmen!

Overig

1 reactie(s)
Stuur naar een vriend(in)