Menu Gedichten CategorieŽn

Verlichting

Het trekt van her en der naar landen. Geen paspoort hen werd uitgereikt.
In zwermen vliegt `t over grenzen. En waar `t wil, weer neder strijkt.
Een hele Wereld om te leven. Geen ziel op hun beweging let,
of naar Asielen wordt verwezen. Daarna een land wordt uitgezet.
Er gaan op Zee lekkende bootjes in vogelvlucht aan hen voorbij.
Met daarin de mens, met al z`n kennis, in meer dan vrijheid vogelvrij.

En juist in deze donkere dagen sta ik weer bij het "Mens-zijn" stil,
ligt naast gebraden kippenpoten ook mijn geweten op de gril.
Want in de Kerstnacht, gelijk vele nachten, in de serene heilige rust,
drijft weer een boot vol vluchtelingen naar een of andere vreemde kust.
Maar echt niet: Uzijdtwellekome, al schalt die nacht dit vrome lied.
Daar in die boot slechts van mag dromen. Want echter welkom zijn ze niet.

Daar drijvend tussen schalkse Haaien, op weg naar Haai-society,
die steeds de boot maar af blijft houden voor een stabiele economie.
Een nacht, in Geest, in liefde denken. Bij sloebers even stil blijft staan,
die, voor het oudjaar is verstreken, dan naar de Haaien zijn gegaan.
Vanuit dit Scheepke, zonder de hoede, met hemd als vlag hoog in de top,
neemt `t geen armen en verlorenen, of allen die in nood zijn, op.

Het lied: scheepke onder Jesus hoede, wordt in golven, duisternis, gesmoord.
Door deze Psalm galmend te zingen, geen tekst, noch de essentie hoort.
Er komt geen hand om te ontfermen. Niets uit die Hoge komt erbij.
Met man en muis daar te verzuipen. Daar is geen Kyrie Elei.
Alleen met Vogels als getuigen. En daar een Schildpad in het zand.
Die ziet hoe in het schuim der branding een lichaam aanspoelt op het strand.

In die gedachten Kerst te vieren, met Varkenslap en Kippenpoot,
wordt al het Licht, wat het moet brengen, een nachtmerrie, de zwarte dood.
Een avond slechts, een aantal uren, in Liefde aan bezinning doe.
Drie honderd vier en zestig nachten doet heel de Mensheid er niet toe.
Terwijl een Kind ons wordt geboren, diep in die nacht in kribbe schreit,
en zelfs door koningen wordt aanbeden, raakt menig Kind het leven kwijt.

Maar eerlijkheid gebiedt te schrijven: zodra de Mens zich eens bezint,
waaruit het Goede voort zal komen, dan deze tekst zijn weg nooit vindt.
Want zou een krant slechts Goedheid schrijven, waarop in Kerstnacht wordt gehoopt,
die krant maar heel kort zou verschijnen, omdat ellende goed verkoopt.
Die Kerstnacht gaat voorgoed verloren als door veel licht het duister kwijnt.
Daar slechts op golven, leed, ellende, ook heel veel inspiratie deint.

Het Goed, in alle goede waarden, verbleef, toen Kwaad Goed plots verliet,
zo schijnbaar nutteloos op Aarde. Het aardde zonder Kwaad hier niet.
Goed was gedoemd in dood te sterven. Slechts in het Kwaad bestaansrecht vond.
Geen Hel, geen Hemel, geen bezinning. Niets wat het nog in Geest verbond.
Kwaad liet Kerstnacht, Goed keuze maken in al het wankele evenwicht.
Het Kwaad gaf reden, Goed te leven. Vandaar "Die Nacht" dat sprankje licht.
..............................
Geen stelling, tegen kan ontberen.
In Genen huist natuur, een Wet.
Hoelang het Goed ook moge duren,
wordt eens daaruit Kwaadbloed gezet.

U allen Prettige Feestdagen en Voorspoedig 2008.

Henk.


Ingezonden door: Henk - Datum: 25-12-2007 om 21:03:44

Stemmen

Gemmideld cijfer: 7.6 Aantal stemmen: 5
Login om te kunnen stemmen!

Overig

0 reactie(s)
Stuur naar een vriend(in)