Menu Gedichten CategorieŽn

Have (n) loos

Opgedragen aan allen die toendestijds over zeven WereldzeeŽn zwierven, of bekend waren met de Amsterdamse Haven anno 1957 en later.
het leek me toepasselijk deze tekst te schrijven op de melodie van het liedje Ketelbinkie.
.......................

Nostalgisch kijk ik over het water van het zo druk bevaren IJ.
Een glorietijd van grote schepen is al decennia`s voorbij.
Al vroeg zwierf ik daar in de Haven. En dagelijks ook het IJ bezocht.
Maar nog te jong was om te varen. Daarvan alleen maar dromen mocht.
Ik zie nog het Vlaggenschip Oranje van maatschappij: de Nederland,
vol passagiers naar IndonesiŽ, statig vertrekken van de kant.

Gefascineerde keek ik naar Schepen, die onder krassend Meeuwgekrijs,
weer arriveerden in de Haven, of richting Zee voer voor een reis.
Zo groots over het IJ laverend, met Neerlands driekleur hoog in top,
werd elk bootje, Haar passerend, gereduceerd tot notendop.
Om van presentie blijk te geven, naar Zee ging of in Haven kwam,
liet `t sonoor de scheephoorn loeien als groet aan `t oude Amsterdam.

En in mijn kleine jongensdromen zag ik me tussen Zeelui staan.
Verlangend op zo`n Schip te varen. Over de WereldzeeŽn gaan.
Het was niet leuk nog klein te wezen, te vallen tussen wal en Schip-
waarop ik nog niet aan mocht monsteren, nog veel te jong was voor zo`n trip.
Dus lijdend keek naar hen die vaarden. Hun groetend met een ferme zwaai.
Mijn tijd als Sailor zou wel komen. Maar toen stond ik nog aan de Kaai.

Ik moest die lust nog wat getroosten met wat het IJ te bieden had.
En zonder opzet te gaan spijbelen, naar school te gaan soms wel vergat.
Wanneer de meute me ging zoeken bij mijn absentie in de klas,
me veelal toch gauw wist te vinden, want meestal in de Haven was.
Maar dikwijls kreeg ik op `m donder want kwam zo vaak in donker thuis.
Dan was ik weer eens in Ijmuiden en stond daar uren bij de sluis.

Daar zag ik van veel rederijen de Schepen komen en weer gaan.
Vanaf het dek bemanningsleden aan wal een zwaaiend joch zag staan.
Van Amsterdam zo naar IJmuiden, vanuit de sluizen naar de Zee,
naar welke kant het Schip ook koerste, in mijn gedachten ging ik mee.
Met op de Brug de Scheepofficieren liep ik de wacht aan het wiel van `t roer.
Zo in mijn jongensfantasieŽn over de WereldzeeŽn voer.

Nu is het al zo lang geleden dat ik voor `t eerst het Zeegat koos.
En als een Ketelbink ging varen, daarna werd ik al gauw matroos.
Het was hard werken op de Schepen. Maar was dit avontuur wel waard
Verzeilend in zo vele landen die prijkte op de Wereldkaart.
Soms zie ik nog wel grote Schuiten vanaf IJmuiden heen en weer.
Het doet mijn Hart nog sneller kloppen. Maar niet zo snel meer als weleer.
.......................

Van de vertrokken Rederijen geen Schip meer aan de kade deint.
Die Haven, met een Hijs in kranen, is triest helemaal weggekwijnd.
Het nam de Boot en Havenwerkers, verenigd in de S.H.B. **
in zijn verval en langzaam sterven, bijna geheel in zinken mee.
Nu, al de Schepen die ooit kwamen, de wal verkiest van Rotterdam.
Dat was het einde van de Haven. Toen eens de trots van Amsterdam.

**
S.H.B staat voor samen werkende havenbedrijven.

Henk.


Ingezonden door: Henk - Datum: 20-08-2007 om 18:25:48

Stemmen

Gemmideld cijfer: 8.0 Aantal stemmen: 3
Login om te kunnen stemmen!

Overig

1 reactie(s)
Stuur naar een vriend(in)