Menu Gedichten CategorieŽn

20 05 07 Heer te koop

De regen motterde uit de hemel. Het parelde van Zijn glimmend steen.
Het stond daar met gespreide armen met oude rommel om zich heen.
Daar was Hij nu terechtgekomen. Een plek met alle afval deelt.
Tussen de afgedankte spullen stond levensgroot dat Christusbeeld.
Hoogtorend boven die Negotie. De tol van alle overvloed,
had Hij, die er ook aan moest geloven, aan waardigheid niet ingeboet.

De Rabbi die zo menselijk leefden, die stond nu op `t Waterlooplein.
Tweeduizend jaren nu geleden niet kon weten waarof Hij nu zou zijn.
Misschien ooit ergens had staan pronken in een Kerk, in verlichte Nis,
waar het door velen was aanbeden bij Eucharistie, het Lof, de Mis.
Of ( Onze Lieve Heer op zolder) vonden. Maar hem nu hadden weggedaan.
Toen door een Ochtendster gevonden die in de ochtend langs het huisvuil gaan.

Thuis had ik al een mooie Boeddha. Waarom dan niet dit Christusbeeld?!
Want geen geloof hoeft aan te hangen als vorm en kunst de ogen streelt.
De marktkoopman, van regen druipend, nu zijn verkoperpraatje hield:
het beeld was uit de middeleeuwen waar menig Paus voor had geknield.
Het had dus veel antieke waarden. Zo rechtstreeks uit het Vaticaan.
Daar had `t in het oude Rome in het Pauselijk paleis gestaan.

Om op de prijs wat af te dingen van zijn bedrog en lage list,
was ik al driekeer weggelopen. Maar eindelijk werd de koop beslist.
Voor 30 euro mocht ik `m hebben. Voor minder was geen Lord for sale.
Voor Wereldshoop in bange dagen was dit bedrag toch niet zoveel.
Want staan er rampen te gebeuren, de mensheid smekend voor Hem staan.
Maar als `t leed weer is geleden Hij naar de rommelmarkt zal gaan.

Wij door de Jodenbreestraat sjokten, in Sint Antoniebreestraat liep.
Terwijl veel ogen ons bleven volgen, mijn Geest, in Beeld, een tijd opriep,
waarin een Volk, in Bruut verleden, Mazzel en Brooche hier verloor.
Met de Jood, aan hen eeuwen verbonden, liep ik sjouwend hun buurtje door.
Ook voor de Heilige Antonie bracht Hij de status, Sint, te weeg.
En van mijn Beeld, in mijn verbeelding, als in begrip een knipoog kreeg.

Door `t Beeld belast, en zwaar beladen, zo strompelend naar mijn huisje toe,
inmiddels me toch liep af te vragen waarom ik dit toch eigenlijk doe?
Want zal ik eens de ogen sluiten is slechts voor alles toch de prijs-
dat je van hier niets mee kunt nemen. Je krijgt voor eeuwig enkele reis.
En ook mijn aanwinst gaat dan weer zwerven wanneer ik hier niet meer zal zijn.
En misschien, kort na mijn verscheiden, staat Hij weer op het Waterlooplein?!

Mijn Beeld, in grootte welbehagen, nu naast de Boeddha heb doen staan.
Door Hem van `t plein naar hier te dragen, mijn Heilig Hart Beeld welgedaan.
Hij werd, gelijk het recht voor anderen, in waarden weer opnieuw geijkt.
En elke nacht nu door mijn ramen naar Sterren van zijn Schepping kijkt.
Zal eens mijn tijd op Aarde komen, dan is mijn Beeld weer heel alleen.
Misschien woon ik dan in Zijn Hemel? Naar welk huis gaat Hij dan heen?

Een Heer had weer een onderkomen. Niet in container, koude Loods.
Al zou geen kip in hem geloven?! Daarvoor is toch zijn Beeld te Groots!

(Onze Lieve Heer op Zolder) voormalig schuilkerk gelegen aan de Oude Zijdsvoorburgwal in de
binnenstad van Amsterdam.

Henk



Ingezonden door: Henk - Datum: 07-03-2007 om 23:18:10

Stemmen

Gemmideld cijfer: 0.0 Aantal stemmen: 0
Login om te kunnen stemmen!

Overig

0 reactie(s)
Stuur naar een vriend(in)